|
Bijzonder Comité voor Herinneringseducatie, Kazerne Dossin, Goswin de Stassartstraat 153, 2800 Mechelen, T: +32 (0)15 29 06 60, F: +32 (0)15 29 08 76, herinneringseducatie@telenet.be
Bij de definitie van herinneringseducatie:
- Deze tekst is een algemene beschrijving van wat het BCH onder herinneringseducatie verstaat. Tips en suggesties om de effectiviteit van herinneringseducatie te verhogen, zullen aan bod komen in een andere visietekst van het BCH. Daarin zullen "kwaliteitscriteria" geformuleerd worden ter ondersteuning van de scholen.
- De gehanteerde definitie van herinneringseducatie is zeer ruim.
Heel veel valt op deze manier onder herinneringseducatie. In feite is
dat ook de bedoeling. Hoewel de expertise van het Bijzonder Comité voor
Herinneringseducatie (BCH) zich momenteel voornamelijk situeert op het
gebied van WOI en WOII, wil het BCH ook openstaan voor minder voor de
hand liggende vormen van herinneringseducatie die leraren of opvoeders
willen uitwerken.
Herinneringseducatie als opdracht voor de school:
- Zoals ook vastgelegd in de eindtermen voor het Vlaamse onderwijs, opteert het BCH, herinneringseducatie als een taak voor het secundair onderwijs
(alle graden en onderwijsvormen). Herinneringseducatie veronderstelt
namelijk een bepaalde basiskennis, een aantal vaardigheden en een zekere
emotionele rijpheid. In het basisonderwijs kan dit voorbereid worden door te werken rond thema’s als uitsluiting, respect, oorlog, geweld, verdraagzaamheid, ….
- Uit de definitie blijkt de complexe verhouding tussen herinneringseducatie en geschiedenisonderricht.
Het klopt natuurlijk dat nadenken over het verleden voor
een groot stuk onder geschiedenisonderricht valt. Zeker,
herinneringseducatie heeft een bijzondere band met het historisch-wetenschappelijke karakter van
de geschiedschrijving, maar valt er niet mee samen. De
herinneringseducator wil zijn leerlingen een engagement, een boodschap
meegeven. Net daarom verdient herinneringseducatie een vakoverschrijdende benadering en is het te beperkt als het enkel in de les geschiedenis aan bod komt.
- Dit alles wil
echter geenszins zeggen dat herinneringseducatie los te koppelen valt
van een historische benadering. Het is het historisch-wetenschappelijk
kader dat ervoor zorgt dat herinneringseducatie leidt tot een grotere
kennis en een ruimer begrip. Een louter emotieve confrontatie met het
verleden leidt tot emotie maar niet tot besef. Het historisch onderzoek
moet de herinnering bovendien kritisch bevragen en waar nodig
demythologiseren. De herinnering moet dus steeds ingebed worden in de
historische context. Zo draagt herinneringseducatie bij tot de invulling
van de vakgebonden eindtermen en ondersteunt ze de
inspanningen die de school levert voor de vakoverschrijdende eindtermen.
Als vakoverstijgende en
leerjaaroverstijgende aanpak zou het kunnen gaan om een ruim
pedagogische opzet waarbij verschillende vakken en leraren betrokken
zijn. De inbreng van de geschiedenis- en PAVleerkracht blijft evenwel
essentieel. Zijn of haar ondersteuning en het adequaat didactisch
materiaal kunnen de andere leraren het vertrouwen geven om deze complexe
onderwerpen aan te snijden,ook al valt dat niet binnen hun
specialisatie.
“Herinneringseducatie is werken aan een houding van actief respect in de huidige maatschappij
vanuit de collectieve herinnering aan menselijk leed
dat veroorzaakt is door menselijke gedragingen
als oorlog, intolerantie of uitbuiting
en dat niet vergeten mag worden.”
|
D
O
E
L
|
Werken aan een houding van actief respect
in de huidige maatschappij |
Bij herinneringseducatie staat het doel voorop. Het
bestuderen van het verleden gebeurt niet louter om het verleden te
kennen of te begrijpen, het gaat er ook om wat wij uit het verleden
zouden kunnen leren.
Het doel van herinneringseducatie is ‘respect’, een
begrip dat verder gaat dan ‘tolerantie’ of ‘verdraagzaamheid’. Via
herinneringseducatie willen we aanzetten tot een respectvolle houding
ten opzichte van elke persoon, van welke afkomst, seksuele geaardheid of
overtuiging dan ook. ‘Actief’ respect verwijst naar onze verantwoordelijkheid om actief op te treden tegen respectloosheid in de samenleving..
De focus van herinneringseducatie ligt op vandaag. We gaan
heden en verleden niet met elkaar vergelijken, we gaan het verleden niet
beoordelen met de maatstaven van vandaag. Dat is onmogelijk en zinloos.
Wel gaan we op zoek naar tijdloze mechanismen als machtswellust,
geweld, vooroordelen, propaganda, xenofobie, nationalisme, bureaucratie,
ontmenselijking, … Die mechanismen liggen veelal aan de basis
van leed uit heden en verleden. Hoe werken die mechanismen? Welke zijn
de strategieën om deze mechanismen te doorzien en ze niet te laten
ontsporen? |
|
U
I
T
G
A
N
G
S
P
U
N
T
|
vanuit de collectieve herinnering
aan menselijk
leed
dat veroorzaakt is door menselijke gedragingen
als oorlog, intolerantie of uitbuiting
en dat niet vergeten mag worden
|
Het uitgangspunt bij herinneringseducatie is wel steeds de herinnering aan iets. Het verleden dus.
Deze diachrone benadering is een voorwaarde die andere vormen van
educatie niet kennen. Vredeseducatie, burgerschapseducatie,
mensenrechteneducatie, … werken synchroon en hoeven geen brug te slaan
naar gebeurtenissen uit het verleden.
De thema’s waarrond gewerkt wordt, hebben meestal een plaats in het collectieve geheugen en zijn geen geïsoleerde gebeurtenissen zonder maatschappelijke repercussies.
Herinneringseducatie gaat over mensen. Mensen met een
achtergrond, een jeugd, een toekomst, ideeën, overtuigingen, gevoelens,
plannen, dromen, … Deze mensen, welke rol ze ook speelden, zoveel
mogelijk als ‘mens’ voorstellen, en zo weinig mogelijk als
cijfers en statistieken, stimuleert het empathisch vermogen van de
lerenden en doet recht aan de complexe waarheid.
Het feit dat de definitie ‘de herinnering aan leed’ als
uitgangspunt vermeldt, wil niet zeggen dat er tijdens het leerproces
geen oog mag zijn voor de positieve verhalen in de context van
het leed. Integendeel, die lichtpuntjes in de behandelde geschiedenis of
de positieve lessen die de mensheid trok, zijn net uiterst waardevolle
instrumenten om aan herinneringseducatie te doen.
Mensen zijn niet alleen het slachtoffer van het leed dat het
onderwerp vormt van herinneringseducatie, zij zijn er ook de oorzaak
van. Sommigen liggen actief aan de basis van dit leed, anderen zijn
passief en laten het gebeuren. Nog anderen verzetten zich en trachten
er, op wat voor manier dan ook, iets aan te doen. Zeker die perspectieven
(van daders en omstanders) dienen bij herinneringseducatie omstandig
geëxpliciteerd te worden. Als we willen dat herinneringseducatie tot
actief respect leidt, moet er inzicht gecreëerd worden in het feit dat
de bestudeerde mechanismen algemeen menselijk zijn en bij iedereen
kunnen voorkomen. De les bestaat er dan in die mechanismen in onszelf of
rondom ons te leren herkennen en hanteren. Het gaat om bewustwording
van de intrinsiek menselijke vrijheid om, onder welke omstandigheden dan
ook, te kiezen voor een bepaald gedrag. Herinneringseducatie wil de
lerenden ertoe aanzetten om zoveel mogelijk maatschappelijk verantwoorde
keuzes te maken.
Onder ‘oorlog, intolerantie en uitbuiting’ vallen heel wat
historische gebeurtenissen die onderwerp kunnen zijn van
herinneringseducatie (de kolonisatie, het geweld en de ellende tijdens
WOI, het kerstbestand in de loopgraven, de politieke en raciale
vervolgingen door de nazi’s, het redden van joodse kinderen onder de
nazibezetting, het bombardement op Dresden, de moord op Martin Luther
King, de genocide in Rwanda, de Berlijnse muur, de racistische moorden
in Antwerpen, …)
Anderzijds wordt duidelijk dat een aantal historische
feiten, hoewel ze ook menselijk leed veroorzaakten, niet aan bod komen
bij herinneringseducatie vermits ze niet tot oorlog, intolerantie of
uitbuiting gerekend kunnen worden (de vulkaanuitbarsting van Pompeji, de
moorden door Jack The Ripper, de overstromingen in 1953, …)
Herinneringseducatie wekt de moeilijke vraag op welke
gebeurtenissen herinnerd moeten worden. Wij kiezen hierbij niet voor een
schaal op basis van het aantal slachtoffers of van intenties, zoals de
VN-definitie van de term ‘genocide’ wel doet. Wat niet vergeten mag
worden door het collectieve geheugen en dus onderwerp van
herinneringseducatie kan uitmaken, zijn schendingen van mensenrechten veroorzaakt door universele, maatschappelijke mechanismen.
Hierbij kunnen de rechten van zowel een hele groep mensen geschonden
worden als de rechten van één individu. Bij individuele
mensenrechtenschendingen zal de schending symptomatisch zijn voor één
van de mechanismen die tot herhaling van de feiten kunnen leiden.
|
|
|